Solidariteit en de overheid: stimuleren of negeren?

Vorige week stuurde een collega een al wat ouder artikel van NOS. Ik heb er sindsdien nog wat vragen over gekregen. Wat denk ik als vrijwilliger binnen het Europees solidariteitskorps bij het lezen van dit artikel? Hier enkele gedachten:
 
Het artikel had wat mij betreft best mogen vermelden dat ondanks de tienduizenden aanmeldingen voor het korps, het niet altijd makkelijk is om mensen met de juiste competenties en motivaties op de juiste plek te plaatsen. Om het korps goed te laten werken zijn niet enkel gemotiveerde jongeren nodig, maar moeten organisaties het ook durven een vrijwilliger in hun team op te nemen en begeleiden. Dat dit binnen het startjaar meer dan tweeduizend keer is gelukt, lijkt me een feit waar de lezer vervolgens zelf haar mening over zou moeten mogen vormen. Ook een analytische blik op dit bepaalde aantal plaatsingen was wat mij betreft welkom geweest. Waarom zijn er niet meer plaatsingen en waar liggen nog ontwikkelkansen? Maar gezien de specifieke onderwerpkeuze en het suggestieve karakter van de titel (“vrijwilligerswerk voor een circus op kosten van de EU”), was dit denk ik nooit de doelstelling van het artikel.
 
Zelf ben ik dankzij het Europees solidariteitskorps in een professionele werkomgeving opgenomen (Interreg Vlaanderen-Nederland) waarin ik heb mogen leren en experimenteren binnen het kader van mijn opleiding: internationaal beleid. Bovendien heb ik als amateur-verslaggever voor dit Europese investeringsfonds mogen bijdragen aan de Europese cohesie, al is het maar een beetje. Door met passie en toewijding deel te nemen aan het korps heb ik uiteindelijk ook een werkplek gevonden binnen het team dat mij als vrijwilliger heeft omarmd.
 
Volgens Judith Tielen van de VVD, geciteerd in dit artikel, is de EU er enkel “voor veiligheid, voor handel en voor welvaart.” Zo’n unie is wat mij betreft gedoemd om ineen te storten. Als je de EU reduceert tot een economische wonderkamer waar je in en uit kunt stappen, ondermijn je de stabiliteit op momenten dat het politiek en economisch gezien minder gaat. Als solidariteitskorps-vrijwilliger voor Interreg Vlaanderen-Nederland heb ik ook aan thema’s als handel en welvaart mogen werken, maar dan op basis van een intrinsieke motivatie – zonder hier op financieel vlak iets aan over te houden. Ik heb mijn best gedaan om eurosceptici indirect tegen te spreken door mooie Europese projecten, bijvoorbeeld op het gebied van technologische innovatie, energie en milieu een beetje aandacht te geven. Alle projecten binnen Interreg Vlaanderen-Nederland kunnen uiteindelijk bijdragen aan de veiligheid, handel en welvaart, maar alleen omdat ze gedragen worden door mensen die in eerste instantie voorbij grenzen en directe economische belangen denken.
 
Tielen vindt dat we solidariteit beter aan de EU lidstaten kunnen “overlaten”. Wat dat precies betekent weet ik niet. Solidariteit ligt niet in handen van staten en politici. Het bestaat enkel in de harten en gedachten van individuen en gemeenschappen. Als overheid kun je ervoor kiezen om burgers hierin te stimuleren of te demotiveren. Juncker kiest in dit geval voor dat eerste: zijn initiatief voor een solidariteitskorps stimuleert en faciliteert. De Nederlandse politici vermeld in onderstaand artikel kiezen voor dat laatste. Een gemiste kans, lijkt me.
 
Welke politieke strategie er ook achter het korps ligt: voor mij (en andere enthousiaste jongeren die zich wél aanmelden) heeft deze ervaring niets met natie-staten of soevereiniteit te maken. Juíst niet. Misschien is dat wat nationale politici zo tegen de borst stuit? Het was voor mij puur een kans om kennis te vergaren en praktijkervaring op te doen in een maatschappelijk betrokken omgeving.
 
Soms ontstaan er mooie ideeën bij de nationale overheid, soms bij de gemeenten of regio’s, soms bij burgers, soms op Europees niveau. Die ideeën kunnen enkel groeien als we kritisch blijven, maar ook enthousiast samenwerken. Eén ding heb ik tijdens mijn werkzaamheden binnen het korps zeker geleerd: gekonkel tussen overheidsorganen komt de burger nooit ten goede. Een actievere en positievere houding van Nederlandse politici (en media) naar Nederlandse jongeren die graag blijk willen geven van een gevoel van wederzijdse solidariteit zou dit project al een stuk verder op weg helpen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s